1. Wat zijn lidwoorden?
In het Engels gebruik je lidwoorden vóór zelfstandige naamwoorden. Een zelfstandig naamwoord is een woord voor een persoon, dier, ding, plaats of idee.
Personen
teacher, student, doctor
Dingen
book, apple, car
Ideeën
music, information, advice
De Engelse lidwoorden zijn a, an en the. Soms gebruik je juist geen lidwoord. Dat noemen we het zero article.
2. Het belangrijkste verschil
a / an
Gebruik a of an wanneer je iets voor het eerst noemt, of wanneer het niet om iets specifieks gaat.
I saw a dog.
Ik zag een hond. Je weet nog niet welke hond.
the
Gebruik the wanneer de luisteraar of lezer weet welke persoon, welk dier of welk ding je bedoelt.
The dog was friendly.
De hond was vriendelijk. Nu weten we welke hond.
Voorbeeld:
She bought a car.
Ze kocht een auto. Niet duidelijk welke auto.
The car is red.
De auto is rood. Nu praten we over die specifieke auto.
3. Wanneer gebruik je a?
Je gebruikt a vóór een enkelvoudig telbaar zelfstandig naamwoord dat begint met een medeklinkerklank.
| Engels | Nederlands |
|---|---|
| a book | een boek |
| a car | een auto |
| a teacher | een leraar / lerares |
| a house | een huis |
| a student | een student |
Daarom zeg je a university, niet an university. Het woord university begint met een ju-klank, en dat is een medeklinkerklank.
Ook zeg je a European country, omdat European ook begint met een ju-klank.
4. Wanneer gebruik je an?
Je gebruikt an vóór een enkelvoudig telbaar zelfstandig naamwoord dat begint met een klinkerklank.
| Engels | Nederlands |
|---|---|
| an apple | een appel |
| an egg | een ei |
| an idea | een idee |
| an orange | een sinaasappel |
| an umbrella | een paraplu |
Ook hier gaat het om de klank. Daarom zeg je an hour, omdat de h in hour niet wordt uitgesproken.
Je zegt ook an honest person, omdat de h in honest stil is.
5. A en an gebruik je alleen bij enkelvoud
a en an betekenen ongeveer een. Daarom gebruik je ze alleen bij zelfstandige naamwoorden in het enkelvoud.
Correct
- a book
- an apple
- a dog
Niet correct
- a books
- an apples
- a dogs
In het meervoud gebruik je geen a of an. Je zegt bijvoorbeeld I bought books, niet I bought a books.
6. Telbare en ontelbare zelfstandige naamwoorden
Telbare zelfstandige naamwoorden
Telbare zelfstandige naamwoorden kun je tellen. Ze hebben een enkelvoud en een meervoud.
- one book, two books
- one apple, three apples
- one chair, four chairs
- one student, ten students
Bij een telbaar zelfstandig naamwoord in het enkelvoud heb je meestal een lidwoord of een ander bepalend woord nodig: I have a book, She is a student.
Ontelbare zelfstandige naamwoorden
Ontelbare zelfstandige naamwoorden kun je niet makkelijk als losse dingen tellen. Ze hebben meestal geen gewone meervoudsvorm.
Bij ontelbare zelfstandige naamwoorden gebruik je meestal geen a of an.
Wel: some information, some advice, a piece of furniture
7. Wanneer gebruik je the?
Je gebruikt the wanneer je praat over iets specifieks. De luisteraar of lezer weet dan welke persoon, welk dier, welk ding of welke plaats je bedoelt.
I saw a cat. The cat was black.
Eerst is de kat nieuw. Daarna weten we welke kat bedoeld wordt.
the sun, the moon, the sky, the world
Bijvoorbeeld: The sun is shining.
Can you close the door?
De luisteraar weet waarschijnlijk welke deur je bedoelt.
the best student
the most interesting book
the first time
the second floor
8. Wanneer gebruik je geen lidwoord?
Soms gebruik je in het Engels geen lidwoord. Dit gebeurt vooral wanneer je in het algemeen spreekt.
Algemene uitspraken in het meervoud
Als je over dingen of mensen in het algemeen praat, gebruik je meestal geen lidwoord.
- Dogs are friendly animals.
- Teachers work hard.
- Books can teach us many things.
Algemene ontelbare zelfstandige naamwoorden
Bij ontelbare zelfstandige naamwoorden gebruik je geen lidwoord als je algemeen spreekt.
- Water is important.
- Music makes me happy.
- Information is useful.
- Money is not everything.
9. Beroepen
In het Engels gebruik je meestal a of an bij beroepen in het enkelvoud.
| Engels | Nederlands |
|---|---|
| She is a doctor. | Zij is dokter. |
| He is a teacher. | Hij is leraar. |
| My brother is an engineer. | Mijn broer is ingenieur. |
| I want to become a lawyer. | Ik wil advocaat worden. |
10. Talen, maaltijden en plaatsen
Talen
Bij talen gebruik je meestal geen lidwoord.
- I speak English.
- She is learning French.
- Do you understand Spanish?
Maaltijden
Bij gewone maaltijden gebruik je vaak geen lidwoord.
- We have breakfast at seven.
- I had lunch with my friend.
- Dinner is ready.
Plaatsen
Bij sommige plaatsen gebruik je geen lidwoord wanneer je de functie bedoelt.
- I go to school.
- She is at work.
- He is at home.
- I went to bed early.
11. Geografische namen
| Categorie | Meestal | Voorbeelden |
|---|---|---|
| Landen | Geen lidwoord | France, Germany, Brazil, Japan |
| Sommige landen | the | the Netherlands, the United States, the United Kingdom |
| Steden | Geen lidwoord | Amsterdam, London, Paris, New York |
| Rivieren, zeeën en oceanen | the | the Nile, the Thames, the North Sea, the Atlantic Ocean |
| Bergketens | the | the Alps, the Himalayas |
| Losse bergen | Geen lidwoord | Mount Everest, Mount Fuji |
12. Algemeen of specifiek?
Het verschil tussen algemeen en specifiek is een van de belangrijkste ideeën bij Engelse lidwoorden.
Algemeen
Je spreekt over iets in het algemeen. Vaak gebruik je dan geen lidwoord bij meervoud en ontelbare woorden.
- Cats like milk.
- Life is difficult sometimes.
- Children need love.
Specifiek
Je spreekt over duidelijke, bekende of specifieke personen, dieren of dingen. Vaak gebruik je dan the.
- The cats in my garden are noisy.
- The milk in the fridge is old.
- The children in this class are kind.
13. Veelgemaakte fouten
Fout 1: a of an gebruiken bij ontelbare woorden
Niet: an advice, an information
Wel: some advice, some information, a piece of advice
Fout 2: geen a of an gebruiken bij beroepen
Niet: She is teacher.
Wel: She is a teacher.
Fout 3: the gebruiken bij algemene meervouden
Niet algemeen: The dogs are loyal animals.
Beter algemeen: Dogs are loyal animals.
Fout 4: kijken naar de letter in plaats van de klank
Niet: an university, a hour
Wel: a university, an hour
Samenvatting
Gebruik a
Voor een enkelvoudig telbaar zelfstandig naamwoord met een medeklinkerklank: a book, a car, a university.
Gebruik an
Voor een enkelvoudig telbaar zelfstandig naamwoord met een klinkerklank: an apple, an idea, an hour.
Gebruik the
Wanneer iets specifiek, bekend of duidelijk is: the book, the sun, the first day.
Gebruik geen lidwoord
Bij algemene meervouden en algemene ontelbare woorden: Dogs are friendly, Water is important.