Present Perfect

Uitleg

Media Banner Media Banner

Present Perfect

have / has + voltooid deelwoord

1. Wat is de Present Perfect?

De Present Perfect beschrijft iets dat in het verleden is begonnen of gebeurd, maar dat nog steeds belangrijk is voor het heden. Het exacte moment waarop iets gebeurde is vaak niet belangrijk, of wordt niet genoemd.

Kernidee: het gaat niet alleen om het verleden, maar vooral om het resultaat, de ervaring of de verbinding met nu.

2. Vorm van de Present Perfect

Je maakt de Present Perfect met:

have / has + voltooid deelwoord
Onderwerp Hulpwerkwoord Voltooid deelwoord Voorbeeld
I / you / we / they have worked, seen, eaten I have visited London.
he / she / it has worked, seen, eaten She has finished her homework.

Let op: bij regelmatige werkwoorden eindigt het voltooid deelwoord meestal op -ed, zoals worked, played en finished. Onregelmatige werkwoorden moet je leren, zoals gone, seen, done en eaten.

3. Wanneer gebruik je de Present Perfect?

A. Ervaringen

Je gebruikt de Present Perfect om te zeggen dat je iets ooit hebt meegemaakt. Het exacte tijdstip is niet belangrijk.

  • I have been to Spain.
  • She has never eaten sushi.
  • Have you ever seen this film?

B. Resultaat in het heden

Iets is in het verleden gebeurd, maar het gevolg is nu nog zichtbaar of belangrijk.

  • I have lost my keys. Ik heb ze nu niet.
  • He has broken his leg. Zijn been is nu gebroken.
  • They have finished the project. Het project is nu af.

C. Acties die nog doorgaan

Je gebruikt de Present Perfect met for en since voor situaties die in het verleden begonnen en nu nog steeds zo zijn.

  • I have lived here for five years.
  • She has known him since 2020.
  • We have worked together for a long time.

D. Net gebeurd

Met woorden zoals just, already en yet geef je aan dat iets net, al of nog niet gebeurd is.

  • I have just arrived.
  • She has already called.
  • Have they finished yet?

4. Signaalwoorden

Sommige woorden komen vaak voor bij de Present Perfect. Ze helpen je herkennen wanneer deze tijd logisch is.

ever

ooit

Have you ever been to London?
never

nooit

I have never tried this.
already

al

She has already left.
yet

al / nog niet

Have you done it yet?
just

net

We have just arrived.
for / since

gedurende / sinds

He has lived here since 2018.

5. Bevestigend, ontkennend en vragend

Soort zin Structuur Voorbeeld
Bevestigend subject + have/has + past participle I have finished my work.
Ontkennend subject + have/has + not + past participle She has not seen the film.
Vragend Have/Has + subject + past participle? Have you finished?

In spreektaal gebruik je vaak verkorte vormen: I've, you've, he's, she's, we've, they've, haven't en hasn't.

6. Present Perfect of Past Simple?

Gebruik de Present Perfect als het precieze moment niet belangrijk is of als er een verband is met nu. Gebruik de Past Simple als je zegt wanneer iets gebeurde.

Present Perfect

Geen specifiek verleden moment, of resultaat telt nu.

  • I have seen that movie.
  • She has lost her phone.
  • We have visited Paris.

Past Simple

Er staat of wordt bedoeld wanneer iets gebeurde.

  • I saw that movie yesterday.
  • She lost her phone last week.
  • We visited Paris in 2019.
Belangrijk: gebruik meestal geen Present Perfect met duidelijke verleden tijdwoorden zoals yesterday, last week, in 2020 of two days ago.

7. Veelgemaakte fouten

Fout: I have seen him yesterday.

Goed: I saw him yesterday.

Fout: She has went home.

Goed: She has gone home.

Fout: Did you ever been to Italy?

Goed: Have you ever been to Italy?

Samenvatting

De Present Perfect gebruik je voor ervaringen, resultaten in het heden, acties die nog doorgaan en gebeurtenissen die net gebeurd zijn. De vorm is altijd have/has + voltooid deelwoord. Gebruik de Past Simple wanneer je duidelijk zegt wanneer iets in het verleden gebeurde.