01 - Engelse grammatica
Present Perfect
De Present Perfect gebruik je om een verband te leggen tussen het verleden en het heden.
Het gaat vaak om een ervaring
een resultaat dat nu belangrijk is
of een situatie die nog steeds doorgaat.
01 - Engelse grammatica
De Present Perfect gebruik je om een verband te leggen tussen het verleden en het heden.
Het gaat vaak om een ervaring
een resultaat dat nu belangrijk is
of een situatie die nog steeds doorgaat.
02 - Kernidee
De Present Perfect beschrijft iets dat in het verleden is begonnen of gebeurd, maar dat nog steeds een verbinding heeft met het heden.
Het exacte moment is vaak niet belangrijk.
03 - Vorm
De vorm is: have of has + past participle.
Bij I, you, we en they gebruik je have.
Bij he, she en it gebruik je has.
Voorbeelden: I have visited London. She has finished her homework.
04 - Voltooid deelwoord
Bij regelmatige werkwoorden eindigt het voltooid deelwoord meestal op -ed
zoals worked, played en finished.
Onregelmatige vormen moet je leren, zoals gone, seen, done, eaten en been.
05 - Gebruik 1
Je gebruikt de Present Perfect om te zeggen dat je iets ooit hebt meegemaakt.
Het precieze tijdstip is niet belangrijk.
Voorbeelden: I have been to Spain. She has never eaten sushi. Have you ever seen this film?
06 - Gebruik 2
Iets is in het verleden gebeurd, maar het gevolg is nu nog belangrijk.
Voorbeelden: I have lost my keys betekent dat ik ze nu niet heb.
He has broken his leg betekent dat zijn been nu gebroken is.
07 - Gebruik 3
Met for en since gebruik je de Present Perfect voor situaties die in het verleden begonnen en nu nog steeds zo zijn.
Voorbeelden: I have lived here for five years.
She has known him since 2020.
08 - Gebruik 4
Met just, already en yet geef je aan dat iets net, al of nog niet gebeurd is.
Voorbeelden: I have just arrived.
She has already called.
Have they finished yet?
09 - Zinsvormen
Bevestigend: I have finished my work.
Ontkennend: She has not seen the film.
Vragend: Have you finished?
In spreektaal gebruik je vaak verkorte vormen zoals I’ve, she’s, haven’t en hasn’t.
10 - Vergelijking
Gebruik de Present Perfect als het moment niet belangrijk is of als er een verband is met nu: I have seen that movie.
Gebruik de Past Simple als je zegt wanneer iets gebeurde: I saw that movie yesterday.
11 - Samenvatting
De Present Perfect gebruik je voor ervaringen, resultaten in het heden, situaties die nog doorgaan en gebeurtenissen die net gebeurd zijn.
De vorm is altijd have of has + voltooid deelwoord.
Gebruik geen Present Perfect met duidelijke verleden tijdwoorden zoals yesterday, last week of in 2020.
Deze lessen zijn ontwikkeld ter ondersteuning van studenten en docenten die bij ons een training volgen of hebben gevolgd. De materialen zijn vrij toegankelijk voor iedereen die ze wil raadplegen ter ondersteuning van onderwijs, begeleiding of zelfstudie.
Bezoekers worden niet gevolgd, geprofileerd of geanalyseerd wanneer zij deze pagina bezoeken.
Deze pagina plaatst geen cookies en gebruikt geen technieken om bezoekersgedrag vast te leggen.
Er worden geen persoonlijke gegevens van bezoekers verzameld, opgeslagen of verwerkt.
De lessen mogen worden gebruikt als ondersteuning binnen het leerproces. Het is niet toegestaan om het materiaal opnieuw te publiceren, over te nemen of zonder juiste bronvermelding als eigen werk te presenteren.